Voorwaarden voor onderaanneming

 

Voorwaarden van onderaanneming behorende bij de overeenkomst van onderaanneming.

Artikel 1 Verplichtingen in verband met wet- en regelgeving en andere voorschriften
1.
De onderaannemer is gehouden de verplichtingen uit de CAO voor het bouwbedrijf na
te komen, tenzij op de werknemers van de onderaannemer een andere CAO van toepassing is.
2.
De onderaannemer is gehouden zijn wettelijke verplichtingen tot afdracht van
premies sociale verzekeringswetten en tot afdracht van loonheffing, voorzover direct
en indirect verbandhoudend met het aan hem opgedragen werk, na te komen.
3.
De onderaannemer is verplicht op verzoek van de aannemer te overleggen:
a. zijn BTW-nummer
b. zijn inschrijfnummer in het handelsregister bij de Kamer van Koophandel
c. (indien van toepassing) zijn aansluitingsnummer
bij de onderlinge waarborgmaatschappij
4.
Aannemer en onderaannemer zijn over en weer verplicht, op verzoek van de
wederpartij, een vestigingsvergunning, voor zover vereist, te tonen.
5.
De onderaannemer is verplicht op verzoek van de aannemer wekelijks een
mandagenregister ter zake van het aan hem opgedragen
werk te verstrekken. Het mandagenregister dient onder meer de namen van alle
door de onderaannemer bij het werk ingeschakelde werknemers, alsmede een manurenverantwoording te
bevatten.
6.
De onderaannemer is verplicht eenmaal per drie maanden de aannemer een
verklaring te tonen inzake zijn betalingsgedrag bij de bedrijfsvereniging, waarbij hij is
aangesloten en een verklaring inzake zijn afdracht van loonheffing.
7.
De onderaannemer is niet bevoegd het aan hem opgedragen werk geheel of ten dele
aan een ander over te dragen, dan na schriftelijke
goedkeuring door de aannemer.
8.
De onderaannemer is niet bevoegd het aan hem opgedragen werk of een deel
daarvan door een derde in onderonderaanneming te laten uitvoeren, dan na
schriftelijke goedkeuring door de aannemer. De onderaannemer blijft jegens de
aannemer verantwoordelijk voor het door hem uitbestede werk.
9.
Indien de onderaannemer bij de uitvoering van het aan hem opgedragen werk
gebruik wenst te maken van (een) door een derde ter
beschikking gestelde
werknemer(s), geeft hij daarvan schriftelijk kennis
aan de aannemer. Wanneer de
aannemer tegen gebruikmaking van (een) door een der
de ter beschikking gestelde
werknemer(s) bezwaar heeft, deelt hij dat binnen re
delijke termijn aan de
onderaannemer mede.
Bij geen bezwaar van de aannemer is de onderaannemer verplicht dezelfde
verplichtingen, als in de verhouding aannemer en onderaannemer, overeen te komen
met de betreffende derde en de aannemer de betreffende bescheiden te
overhandigen. Onderaannemer dient alle eventuele schade en kosten welke voor
aannemer of diens rechtsopvolger(s) uit de Wet Keten aansprakelijkheid voortvloeien,
op eerste aanmaning zonder dat enige ingebrekestelling of gerechtelijke tussenkomst
is vereist, volledig en verhoogd met wettelijke ren
ten sinds het moment dat de
aannemer of zijn rechtsopvolger(s) ter zake betaald
e aanslagen/ aansprakelijk-
stellingen e.a. heeft voldaan, te vergoeden
10.
Bij uitbesteding van het werk of gebruikmaking van
(een) door een derde ter
beschikking gestelde werknemer(s) als bedoeld in de
twee voorgaande leden is de
onderaannemer verplicht de administratieve voorschriften ex art. 16b lid 8
respectievelijk art. 16a lid 1, Coördinatiewet Sociale Verzekering na te leven.
11.
Het is de onderaannemer verboden om het in de onder
aannemingssom begrepen
bedrag aan verschuldigde premies sociale verzekeringswetten en loonheffing te
cederen, te verpanden of, onder welke titel dan ook
, in eigendom over te dragen.
versie 1 d.d. 20-12-2011 pagina 2 van 7
Artikel 2 Orders en aanwijzingen
De onderaannemer is verplicht de door de aannemer gegeven orders en aanwijzingen op
te volgen.
Artikel 3 Rechtstreekse prijsaanbieding
Het is de onderaannemer niet toegestaan vanaf het t
ot stand komen van de
overeenkomst van onderaanneming aan de opdrachtgever van de aannemer
prijsaanbiedingen te doen voor werk dat te beschouw
en is als een uitbreiding of wijziging
van het werk van de aannemer, behoudens voorafgaand
e schriftelijke toestemming van
de aannemer.
Artikel 4 Aanvang van het werk; uitvoeringsduur
1.
De aannemer dient ervoor te zorgen dat de onderaannemer zijn werkzaamheden kan
aanvangen op de in de overeenkomst bepaalde dag.
2.
Indien het niet mogelijk is dat de onderaannemer op
de in de overeenkomst bepaalde
dag zijn werkzaamheden kan aanvangen, is de aannemer verplicht de
onderaannemer zo vroeg mogelijk, doch uiterlijk vijf werkdagen, of zoveel werkdagen
als door partijen is overeengekomen, voor de overeengekomen aanvangsdatum te
waarschuwen.
3.
Indien de onderaannemer niet in staat is op de in d
e overeenkomst bepaalde dag zijn
werkzaamheden aan te vangen, is hij verplicht de aannemer zo vroeg mogelijk, doch
uiterlijk vijf werkdagen, of zoveel werkdagen als d
oor partijen is overeengekomen,
voor de overeengekomen aanvangsdatum te waarschuwen
.
4.
De onderaannemer heeft recht op verlenging van de uitvoeringstermijn c.q. van de
opleveringstermijn wanneer door overmacht, door voor rekening van de aannemer
komende omstandigheden, of door wijziging in de overeenkomst dan wel in de
voorwaarden van de uitvoering, niet van de onderaan
nemer kan worden gevergd dat
het aan hem opgedragen werk binnen de in de overeen
komst bepaalde termijn wordt
opgeleverd.
5.
Indien de aanvang of de voortgang van het aan de onderaannemer opgedragen werk
wordt vertraagd door voor rekening van de aannemer
komende omstandigheden,
dient de daaruit voor de onderaannemer voortvloeien
de schade door de aannemer te
worden vergoed.
6.
Indien de aanvang of de voortgang van het aan de onderaannemer opgedragen werk
wordt vertraagd door voor rekening van de onderaannemer komende
omstandigheden, dient de daaruit voor de aannemer voortvloeiende schade, niet
zijnde schade wegens overschrijding van de uitvoeringstermijn c.q. van de
opleveringstermijn, door de onderaannemer te worden
vergoed.
7.
Bij overschrijding van de uitvoeringstermijn c.q. v
an de opleveringstermijn is de
onderaannemer aan de aannemer een schadevergoeding
wegens te late oplevering
verschuldigd van € 25,00 per werkbare werkdag, tenzij een ander bedrag is
overeengekomen. De aldus verschuldigde schadevergoeding kan worden verrekend
met wat de aannemer de onderaannemer verschuldigd i
s.
Artikel 5 Oplevering werk onderaannemer voorafgaande aan oplevering werk
aannemer
1.
Ingeval is overeengekomen dat het werk niet tegelijkertijd dient te worden
opgeleverd met het aan de aannemer opgedragen werk,
doch daaraan voorafgaand,
is het hierna bepaalde van toepassing.
2.
Een redelijke termijn voor de dag waarop het werk n
aar de mening van de
onderaannemer voltooid zal zijn, nodigt de onderaan
nemer de aannemer schriftelijk
uit om tot opneming van het werk over te gaan. Deze
opneming vindt plaats zo
versie 1 d.d. 20-12-2011 pagina 3 van 7
spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen acht dagen
na de hiervoor bedoelde dag. De
opneming vindt plaats door de aannemer in aanwezigheid van de onderaannemer en
strekt ertoe te constateren of de onderaannemer aan
zijn verplichtingen uit de
overeenkomst heeft voldaan. De toestand waarin het
werk bij opneming verkeert
wordt beschreven in een op te maken en door beide partijen te ondertekenen proces-
verbaal.
3.
Nadat het werk is opgenomen, wordt door de aannemer
aan de onderaannemer
binnen acht dagen schriftelijk medegedeeld, of het
werk al dan niet is goedgekeurd,
in het eerste geval met vermelding van de eventuele
kleine gebreken als bedoeld in
het zesde lid, in het laatste geval met vermelding
van de gebreken, die de redenen
voor onthouding van de goedkeuring zijn. Wordt het
werk goedgekeurd, dan wordt
als dag van goedkeuring aangemerkt, de dag waarop d
e desbetreffende mededeling
aan de onderaannemer is verzonden.
4.
Wordt niet binnen acht dagen na de opneming een schriftelijke mededeling, of het
werk al dan niet is goedgekeurd, aan de onderaannemer verzonden dan wordt het
werk geacht op de achtste dag na de opneming te zij
n goedgekeurd.
5.
Geschiedt de opneming niet binnen acht dagen na de
in het tweede lid bedoelde dag,
dan kan de onderaannemer bij aangetekende brief een
nieuwe aanvraag tot de
aannemer richten, met het verzoek het werk binnen a
cht dagen op te nemen. Voldoet
de aannemer niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na
de in het tweede lid bedoelde dag te zijn goedgekeurd. Voldoet de aannemer wel aan
dit verzoek, dan vinden het derde en vierde lid overeenkomstige toepassing.
6.
Kleine gebreken die gevoeglijk nog voor een volgend
e betalingstermijn kunnen
worden hersteld, zullen geen reden tot onthouding van goedkeuring mogen zijn, mits
zij een eventuele ingebruikneming niet in de weg staan. De onderaannemer is
gehouden de in dit lid bedoelde gebreken zo spoedig
mogelijk te herstellen.
7.
Met betrekking tot een her opneming na onthouding van goedkeuring vinden de
bovenvermelde bepalingen overeenkomstige toepassing
.
8.
Het werk wordt als opgeleverd beschouwd, indien het
overeenkomstig dit artikel is of
geacht wordt te zijn goedgekeurd. De dag, waarop het werk is of geacht wordt te zijn
goedgekeurd, geldt als dag waarop het werk als opgeleverd wordt beschouwd.
9. Indien een onderhoudstermijn geldt, dan gaat deze in onmiddellijk na de dag waarop
het werk overeenkomstig het vorige lid als opgeleverd wordt beschouwd. De
onderaannemer is gehouden gebreken welke in de onderhoudstermijn aan de dag
treden, zo spoedig mogelijk te herstellen, met uitzondering echter van die welke
worden veroorzaakt door een omstandigheid die aan d
e aannemer moet worden
toegerekend.
Artikel 6 Oplevering werk onderaannemer bij oplevering werk aannemer
1.
Ingeval is overeengekomen, dat het aan de onderaannemer opgedragen werk
tegelijkertijd dient te worden opgeleverd met het aan de aannemer opgedragen werk,
is het hierna bepaalde van toepassing.
2.
Een redelijke termijn voor de dag waarop het werk n
aar de mening van de
onderaannemer gereed zal zijn, nodigt de onderaannemer de aannemer schriftelijk
uit, om tot opneming van het werk over te gaan. Deze opneming vindt plaats door de
aannemer in aanwezigheid van de onderaannemer en strekt ertoe te constateren of
het werk voldoet aan hetgeen is overeengekomen. De
toestand waarin het werk bij
opneming verkeert wordt beschreven in een op te mak
en en door beide partijen te
ondertekenen proces-verbaal.
3.
Nadat het werk is opgenomen, wordt door de aannemer
aan de onderaannemer
binnen acht dagen schriftelijk meegedeeld of het we
rk al dan niet voldoet aan
hetgeen is overeengekomen, in het eerste geval met
vermelding van de eventuele
kleine gebreken als bedoeld in het zesde lid, in het laatste geval met vermelding van
de redenen van dat oordeel. Oordeelt de aannemer dat het werk voldoet aan hetgeen
is overeengekomen, dan wordt als dag waarop het werk voldoet aan hetgeen is
versie 1 d.d. 20-12-2011 pagina 4 van 7
overeengekomen aangemerkt als de dag waarop de desbetreffende mededeling aan
de onderaannemer is verzonden.
4.
Wordt niet binnen acht dagen na de opneming een schriftelijke mededeling, of het
werk al dan niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, aan de onderaannemer
verzonden, dan wordt het werk geacht op de achtste
dag na de opneming te voldoen
aan hetgeen is overeengekomen.
5.
Geschiedt de opneming niet binnen acht dagen na de
in het tweede lid bedoelde dag,
dan kan de onderaannemer per aangetekende brief een
nieuwe aanvraag tot de
aannemer richten, met verzoek het werk binnen acht
dagen op te nemen. Voldoet de
aannemer niet aan dit verzoek, dan wordt het werk geacht op de achtste dag na de in
het tweede lid bedoelde dag te voldoen aan hetgeen
is overeengekomen. Voldoet de
aannemer wel aan dit verzoek, dan vinden het derde
en vierde lid overeenkomstige
toepassing.
6.
Kleine gebreken die gevoeglijk binnen korte termijn
kunnen worden hersteld, zullen
geen reden zijn om te oordelen dat het werk niet voldoet aan hetgeen is
overeengekomen, mits zij aan de voortgang van het werk van de aannemer niet in de
weg staan. De onderaannemer is gehouden de in dit l
id bedoelde gebreken onverwijld
te herstellen.
7.
Indien het werk voldoet of geacht wordt te voldoen
aan wat is overeengekomen,
heeft de onderaannemer, onverminderd hetgeen voortvloeit uit de overeengekomen
betalingsregeling, recht op betaling van hetgeen hem als gevolg van de
overeenkomst toekomt.
8.
Indien na het tijdstip waarop het werk voldoet of geacht wordt te voldoen aan
hetgeen is overeengekomen, schade aan het werk ontstaat ten gevolge van
ingebruikneming daarvan door de aannemer, daaronder
begrepen het geval dat de
aannemer het werk aan derden met het oog op de verdere uitvoering ter beschikking
stelt of aan die derden toegang tot het werk verleent, is die schade niet voor rekening
van de onderaannemer.
9.
Noch de in dit artikel bedoelde opneming, noch de omstandigheid dat het werk
voldoet of geacht wordt te voldoen aan hetgeen is overeengekomen, leiden ertoe dat
het werk als opgeleverd kan worden beschouwd.
10.
Met betrekking tot een heropneming nadat de aannemer heeft geoordeeld dat het
werk niet voldoet aan hetgeen is overeengekomen, vinden de bovenvermelde
bepalingen overeenkomstige toepassing.
11.
De opneming, de goedkeuring en de oplevering van het werk vinden plaats met
inachtneming van het bepaalde in het tweede tot en
met het negende lid van het
vorige artikel, met dien verstande dat de aannemer
de onderaannemer zal uitnodigen
om bij de opneming van het werk aanwezig te zijn en
dat tussen die uitnodiging en
de opneming een redelijke termijn zal zijn gelegen.
Artikel 7 Inrichting werkterrein; aan de onderaannemer ter beschikking
gestelde zaken
1.
Met het oog op het aan de onderaannemer opgedragen
werk zorgt de aannemer:
a.
voor een goede toegankelijkheid en begaanbaarheid v
an het werkterrein;
b.
voor schaftruimten en sanitaire voorzieningen (mede
) t.b.v. de onder-
aannemer.
2.
De aannemer zorgt ervoor dat de onderaannemer tijdig kan beschikken over de in de
overeenkomst vermelde zaken. Deze dienen te voldoen
aan in redelijkheid daaraan te
stellen eisen.
3.
De onderaannemer is verplicht hetgeen hem door de a
annemer ter beschikking is
gesteld, behoorlijk te gebruiken, bij gebreke waarvan hij aansprakelijk zal zijn voor
de daardoor ontstane schade en kosten.
4.
De kosten van verbruik van gas, water en elektriciteit, alsmede eventuele
verschuldigde precario, zijn voor rekening van de aannemer.
versie 1 d.d. 20-12-2011 pagina 5 van 7
5.
De onderaannemer zorgt ervoor dat het afval dat ontstaat bij de uitvoering van het
aan hem opgedragen werk, wordt gedeponeerd op de daarvoor door de aannemer
aangewezen plaatsen, dan wel in de daartoe bestemde
container(s).
Artikel 8 Weekrapporten; notulen bouwvergadering
1.
Indien in de overeenkomst is bepaald dat de onderaannemer weekrapporten dient op
te maken, kan de aannemer verlangen dat daarbij een
door hem te verstrekken
model wordt gehanteerd. De onderaannemer biedt in dat geval het weekrapport zo
spoedig mogelijk, doch uiterlijk op de vijftiende dag na het verstrijken van de
werkweek waarop het betrekking heeft aan de aannemer aan. Indien de aannemer
zich met de inhoud van het weekrapport kan verenigen, tekent hij dit voor akkoord
uiterlijk op de vijfde werkdag nadat dit hem is voorgelegd. Indien de aannemer zich
met de inhoud van het weekrapport niet kan verenigen, ondertekent hij dit eveneens
uiterlijk op de vijfde werkdag nadat dit hem is voorgelegd, doch onder toevoeging
van een aantekening, waaruit blijkt tegen welke gedeelten en om welke redenen hij
bezwaar heeft.
2.
Indien door of namens de opdrachtgever weekrapporten worden opgemaakt, is de
aannemer verplicht de onderaannemer een afschrift t
e verstrekken van de
weekrapporten die hij ter ondertekening krijgt voor
gelegd, voorzover die
weekrapporten betrekking hebben op het aan de onder
aannemer opgedragen werk.
3.
Indien door de aannemer weekrapporten worden opgemaakt, is de aannemer
verplicht de onderaannemer daarvan een afschrift te
verstrekken, voorzover die
weekrapporten betrekking hebben op het aan de onder
aannemer opgedragen werk.
4.
Indien er bouwvergaderingen worden gehouden, dient
de aannemer de
onderaannemer in te lichten over zaken die in de vergadering aan de orde zijn
gekomen, voorzover deze betrekking hebben op het aan de onderaannemer
opgedragen werk. De aannemer verstrekt in dat geval
de onderaannemer afschrift
van de relevante passages uit de notulen van de bouwvergadering.
Artikel 9 Betaling
1.
Met inachtneming van het in de volgende leden bepaalde geschiedt betaling van een
factuur uitsluitend wanneer die aan de in de overeenkomst aangegeven eisen voldoet.
2.
Indien in de overeenkomst is bepaald dat aan een factuur een document dient te zijn
gehecht, waaruit blijkt dat de gefactureerde prestatie is geleverd, dient de aannemer
tot afgifte van dat document over te gaan, uiterlijk vier dagen nadat bij een
opneming ter gelegenheid van het verschijnen van een termijn is geconstateerd dat
de desbetreffende prestatie is geleverd. Het gemis
van dat document laat de
aanspraken van de onderaannemer op betaling onverlet.
3.
Betaling van een factuur zal niet plaats vinden dan
nadat de onderaannemer op een
tijdig door de aannemer gestelde vraag heeft aangetoond dat de onderaannemer de
door hem in het werk gestelde werknemers heeft betaald, hetgeen aan hen toekomt
op grond van de met hen gesloten arbeidsovereenkomst.
Artikel 10 Afdracht premies sociale verzekeringswetten en loonheffing
1.
De aannemer heeft het recht de terzake van het aan
de onderaannemer opgedragen
werk verschuldigde premies sociale verzekeringswetten en loonheffing, waarvoor hij
als gevolg van de Wet Ketenaansprakelijkheid hoofde
lijk aansprakelijk is, aan de
onderaannemer te betalen door storting op diens geblokkeerde rekening in de zin van
de Wet Ketenaansprakelijkheid.
2.
De aannemer heeft het recht de in het vorige lid bedoelde premies sociale
verzekeringswetten en loonheffing van de onderaannemingssom in te houden en
namens de onderaannemer rechtstreeks aan de betrokken bedrijfsvereniging of de
ontvanger der directe belastingen te voldoen, indien de aannemer redelijkerwijs tot
versie 1 d.d. 20-12-2011 pagina 6 van 7
het oordeel kan komen dat zulks noodzakelijk is om
het risico van de in het vorige lid
bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid te beperken.
3.
Indien de aannemer redelijkerwijs tot het oordeel k
an komen dat door de
onderaannemer terzake van het aan hem opgedragen we
rk een hoger bedrag aan
premies sociale verzekeringswetten en loonheffing verschuldigd zal zijn dan het
percentage dat de in overeenkomst is vastgesteld, k
an hij na overleg met de
onderaannemer dat percentage wijzigen.
4.
Indien de onderaannemer redelijkerwijs tot het oordeel kan komen dat door hem
terzake van het aan hem opgedragen werk een lager bedrag aan premies sociale
verzekeringswetten en loonheffing verschuldigd zal
zijn dan het percentage dat in de
overeenkomst is vastgesteld, kan hij met de aannemer in overleg treden over een
wijziging van dat percentage.
5.
Indien de aannemer gebruik maakt van in lid 1 en li
d 2 omschreven rechten, is hij
voor de daar bedoelde bedragen jegens de onderaannemer gekweten.
Artikel 11 Vrijwaring door onderlinge waarborgmaatschappij
Indien en zolang de onderaannemer ten genoegen van
de aannemer met betrekking tot
de betaling van de door hem terzake van het aan hem
opgedragen werk verschuldigde
premies sociale verzekeringswetten en loonheffing,
waarvoor de aannemer ingevolge de
Wet Ketenaansprakelijkheid hoofdelijk aansprakelijk
is, voldoende zekerheid biedt in de
vorm van een vrijwaring door een onderlinge waarborgmaatschappij, zal de aannemer
geen beroep doen op het bepaalde in artikel 1, led
en 5 en 6 en op het bepaalde in
artikel 10, leden 1, 2 en 5.
Artikel 12 Verhaal
1.
Indien de aannemer, na tot betaling daarvan te zijn
aangesproken, de premies
sociale verzekeringswetten en loonheffing heeft vol
daan, die waren verschuldigd
maar niet zijn betaald door de onderaannemer of doo
r een onderaannemer die na de
onderaannemer in de keten komt, heeft de aannemer ten belope van het gehele door
hem voldane bedrag verhaal op de onderaannemer.
2.
Na daartoe door de werknemers van de onderaannemer
te zijn aangesproken, heeft
de aannemer door voldoening aan zijn verplichtingen
ingevolge de CAO voor het
Bouwbedrijf jegens die werknemers, verhaal op de onderaannemer ten belope van
hetgeen door de aannemer te dezer zake is voldaan,
vermeerderd met de wettelijke
rente te rekenen vanaf de dag van voldoening.
Artikel 13 Eindafrekening
Indien de aannemer voornemens is zijn eindafrekening bij de opdrachtgever in te dienen,
zal hij de onderaannemer schriftelijk verzoeken die
ns eindafrekening bij de aannemer in
te dienen. Tenzij anders is overeengekomen, zal de
onderaannemer in dat geval binnen
vier weken na ontvangst van dit verzoek zijn factuur terzake van het hem nog
toekomende bij de aannemer indienen.
Artikel 14 Zekerheidstelling
1.
Met inachtneming van hetgeen in het vijfde lid is bepaald, is de aannemer gerechtigd
om van de onderaannemer te bedingen dat deze zekerheid stelt voor de nakoming
van zijn verplichtingen die voortvloeien uit de overeenkomst; indien door de
onderaannemer zekerheid dient te worden gesteld, geldt het bepaalde in het tweede
tot en met het vierde lid van dit artikel.
2.
Tenzij anders is overeengekomen is de waarde van de
zekerheid gelijk aan 5% van
de met de onderaannemer overeengekomen aannemingssom en dient de zekerheid te
worden gesteld in de vorm van een bankgarantie.
versie 1 d.d. 20-12-2011 pagina 7 van 7
3.
Indien de aannemer voornemens is de bankgarantie in
te roepen, geeft hij de
onderaannemer daarvan bij aangetekende brief kennis
. De aannemer is gerechtigd de
bankgarantie in te roepen, tenzij de Raad van Arbitrage voor de Bouwbedrijven in
Nederland, in een door de onderaannemer binnen 10 werkdagen na de verzending
van de in dit lid bedoelde kennisgeving aanhangig t
e maken spoedgeschil, in eerste
aanleg anders beslist.
4.
De zekerheid blijft van kracht tot het tijdstip waarop het aan de aannemer
opgedragen werk als opgeleverd wordt beschouwd met
dien verstande dat, indien
daarbij gebreken in het werk van de onderaannemer w
orden geconstateerd die niet
aan oplevering van het totale werk in de weg staan,
de zekerheid van kracht blijft tot
het tijdstip waarop de onderaannemer deze gebreken
heeft hersteld.
5.
De aannemer is niet gerechtigd om van de onderaannemer te bedingen dat deze
zekerheid stelt voor de nakoming van zijn verplicht
ingen indien is overeengekomen
dat de aannemingssom geheel of ten dele wordt ingehouden. Van een zodanige
inhouding is sprake indien aan de onderaannemer min
der wordt betaald dan
overeenkomt met de som der waarden van het werk dat
reeds is uitgevoerd.
6.
Indien de aannemer hetgeen de onderaannemer volgens
de overeenkomst toekomt,
niet of niet tijdig betaalt, of de onderaannemer ge
gronde redenen heeft om aan te
nemen dat de aannemer het de onderaannemer toekomen
de niet of niet tijdig zal
betalen, is de onderaannemer gerechtigd om van de aannemer genoegzame
zekerheid te verlangen. Indien de aannemer in gebreke blijft met het stellen van de
door de onderaannemer verlangde genoegzame zekerheid, is de onderaannemer
bevoegd, hetzij de uitvoering van het werk te schorsen, hetzij het werk te
beëindigen. Op de in dit lid bedoelde zekerheid is
hetgeen in het derde lid is gesteld
van overeenkomstige toepassing.
Artikel 15 Ontbinding
Onverminderd hun bevoegdheid tot ontbinding van de
overeenkomst op grond van de
wet, hebben aannemer en onderaannemer het recht de
overeenkomst van
onderaanneming te ontbinden:
a.
indien de wederpartij de bedrijfsuitoefening staakt
, een aanvraag tot surséance van
betaling indient of in staat van faillissement word
t verklaard;
b.
indien beëindiging in onvoltooide staat plaatsvindt
van het aan de aannemer
opgedragen werk;
c.
indien de overeenkomst tussen de aannemer en diens
opdrachtgever, welke mede
het aan de onderaannemer opgedragen werk omvat, wordt ontbonden.
Artikel 16 Geschillen
Alle geschillen – daaronder begrepen die, welke sle
chts door een der partijen als zodanig
worden beschouwd – die naar aanleiding van deze overeenkomst of van overeenkomsten
die daarvan een uitvloeisel zijn, tussen aannemer e
n onderaannemer mochten ontstaan,
worden beslecht op de wijze zoals in de overeenkomst tussen aannemer en diens
opdrachtgever is voorzien ten aanzien van eventuele
geschillen tussen de aannemer en diens opdrachtgever.